Veel verduurzamingsprojecten starten met de vraag welke techniek moet worden toegepast. Een warmtepomp, WKO-installatie, batterijopslag of een zwaardere netaansluiting. Maar voordat we oplossingen kiezen, moeten we eerst weten hoe een gebouw echt functioneert.
Bij de verduurzaming van bestaande gebouwen wordt vaak ontworpen op basis van aannames, terwijl data laat zien hoe een gebouw functioneert. Door eerst te meten, ontstaan betere en toekomstbestendige oplossingen. Vaak wordt maanden gewerkt aan een ontwerp, terwijl slechts beperkt wordt gekeken naar het werkelijke energiegebruik van een gebouw. Dat doen wij andersom, de data laat zien waar het beste in geïnvesteerd kan worden.

Bij bestaande gebouwen zijn ontwerpuitgangspunten regelmatig niet meer up-to-date. Gebouwen zijn verbouwd, gebruikers zijn veranderd en installaties zijn in de loop der jaren aangepast. Toch worden verduurzamingsplannen in veel gevallen gebaseerd op deze oude tekeningen, oorspronkelijke vermogens of theoretische berekeningen.
In de praktijk blijkt een gebouw zich vaak heel anders te gedragen. De warmtevraag is lager dan verwacht, piekbelastingen komen nauwelijks voor of installaties draaien op andere tijden dan oorspronkelijk voorzien.
Waardevolle informatie is meestal al beschikbaar. Via gebouwbeheersystemen, slimme meters en energiemonitoring ontstaat inzicht in het werkelijke gedrag van een gebouw. Die data laat niet alleen zien hoeveel energie wordt gebruikt, maar vooral wanneer, waar en waarom.
Juist dat inzicht maakt het verschil. Niet het jaarlijkse energieverbruik bepaalt de omvang van een duurzame energievoorziening, maar de piekvraag, de gelijktijdigheid van gebruikers en de flexibiliteit van het gebouw. Dat bleek ook bij het Zeeuws Archief. Voor de vervanging van de verwarmingsinstallatie analyseerden we vijf jaar aan historische verbruiksdata. Door de pieken in het gasverbruik te koppelen aan de buitentemperatuur ontstond inzicht in de daadwerkelijke warmtevraag. Daarnaast bekeken we het gecontracteerde elektrische vermogen, het werkelijke verbruik en de gevolgen van toekomstige plannen, zoals een warmtepomp en laadpalen. Op basis daarvan konden we bepalen welk verwarmingsvermogen nodig is en of het gecontracteerde vermogen nog aansloot bij de situatie van het gebouw.
Door eerst te meten en data te analyseren ontstaat ruimte voor betere keuzes. Vermogens kunnen lager en energie kan slimmer worden ingezet. Soms kan een netverzwaring worden voorkomen. In andere gevallen blijkt dat optimalisatie van de bestaande installatie meer oplevert dan een grote investering in nieuwe techniek. Daarnaast helpt meetdata om toekomstige ontwikkelingen beter te beoordelen. Denk aan elektrificatie, laadinfra, uitbreiding van functies of de inzet van energieopslag.
Verduurzaming draait niet alleen om het toevoegen van nieuwe techniek. Het begint met het begrijpen van het bestaande systeem. Wie eerst meet en daarna ontwerpt, voorkomt dat oplossingen worden bedacht voor problemen die er in werkelijkheid niet zijn. En juist in een tijd van netcongestie, stijgende investeringskosten en toenemende complexiteit wordt dat steeds belangrijker.
Kortom: de kwaliteit van een verduurzamingsplan wordt niet alleen bepaald door de gekozen techniek, maar vooral door de kwaliteit van de informatie waarop de keuzes zijn gebaseerd.