Blog Paul Joosten: Tijd om de WIP- & VCCN-richtlijn te omarmen!

9 januari 2018

We komen uit een tijd waarin richtlijnen precies voorschreven wát we als branche moesten doen en hoe we het moesten doen. Neem bijvoorbeeld het ‘Beheersplan Luchtbehandeling voor de Operatieafdeling’, waar we sinds 2005 mee werkten. Die richtlijn adviseerde dat alle operatiekamers een plenum van 3 x 3 meter moesten hebben. Via het plenum boven de operatietafel wordt schone lucht ingeblazen om een post operatieve wondinfectie bij de patiënt te voorkomen. En ook de snelheid waarmee de lucht uit het plenum kwam, was nauwkeurig vastgelegd. Zulke richtlijnen zijn best gemakkelijk, want iedereen kan natuurlijk prima uit de voeten met voorgeschreven standaardoplossingen.

De praktijk bleek vaak weerbarstiger. Ten slotte is niet iedere OK gelijk en ook externe factoren spelen een belangrijke rol. Omdat de eerdere richtlijn niet kon waarborgen dat een plenum overal precies deed wat nodig was, richtten de nieuwe WIP-richtlijn en richtlijn-7 van de VCCN voor operatiekamers uit 2014 zich meer op prestatie-eisen. Waar operatiekamers voorheen werden beoordeeld op het aantal aanwezige deeltjes, keek de nieuwe WIP-richtlijn naar het vermogen om het indringen van deeltjes in het beschermd gebied – het gebied dat minimaal het operatiegebied, het chirurgisch team en de steriele instrumenttafels omsluit – tegen te gaan. Er werd dus niet langer tegen ons gezegd wat we moesten doen, maar aan ons gevraagd om kritisch te kijken naar de prestaties.

Klinkt logisch, hoor ik je denken. En toch ontstond er vrij snel na de introductie veel weerstand vanuit de branche tegen deze nieuwe richtlijn. En drie jaar later hoor ik nog steeds regelmatig gemopper. Nieuwe systemen en innovaties zouden met de huidige richtlijn niet kunnen worden getest, metingen zijn te duur en er zijn te weinig onderzoekdata beschikbaar. “Zie je wel dat het geen goede richtlijn is!”

Maar terug in de tijd willen we ook niet meer. Dus gooi ik met deze blog de knuppel in het hoederhok. Ik zeg het maar gewoon: “de WIP- & VCCN-richtlijn uit 2014 is een verbetering!” En hoe meer we er met elkaar over discussiëren, hoe meer ik mijn gelijk bevestigd zie. In de afgelopen drie jaar is mij namelijk iets opgevallen: we komen uit een wereld die ons voorschreef hoe het moest. Nu denken we zelf na over oplossingen die beter, simpeler en goedkoper zijn. Ontevreden of niet, we zijn binnen de branche ineens met elkaar gaan praten over wat dan eigenlijk de gewenste prestatie in een OK zou moeten zijn. En hoewel we nog veel werken met standaardsystemen, denken we na over innovaties. De nieuwe richtlijn werkt misschien nog niet naar ieders tevredenheid, maar heeft wel een belangrijke ontwikkeling in gang gezet. En dat inzicht moeten we binnen onze branche nu echt gaan omarmen.

Dus in plaats van mopperen stel ik voor dat we dit met elkaar verder gaan ontwikkelen. Hoe? Door samen na te denken over eisen en door meer onderzoek te doen, bijvoorbeeld door metingen uit te voeren in OK’s die in bedrijf zijn in plaats van in OK’s in rust, zoals nu vaak gebeurt. Door te blijven kijken naar mogelijke nieuwe oplossingen – en laten we het daarbij vooral niet moeilijker en duurder maken – en door inspiratie op te doen bij bedrijven binnen en buiten de branche. De huidige richtlijn is wat mij betreft dan ook zeker geen eindpunt. De aanscherping in 2014 was slechts een stap op weg naar perfectie. En als er ooit een nieuwe richtlijn komt, zal ook die op termijn weer aangepast moeten worden. En die daarna ook. Het is aan ons om ons werk voortdurend scherper en beter te willen doen. Iets meteen afserveren en bij het oude blijven kan iedereen en is in mijn optiek veel te gemakkelijk. Minder mopperen, meer opperen … kom maar op! 


Ga terug