Blog Alexander Hoos: Ban de BIM-wildgroei

27 juni 2018

Modelmatig werken volgens de BIM-methode is de basis van eigenlijk alle nieuwe projecten waarbij ik betrokken ben. Dat integrale, transparante proces wordt niet alleen aangevlogen door mensen met traditionele projectfuncties. Steeds vaker zie je – ook binnen Kuijpers – verschillende specialisten aan het werk: BIM-modelleurs, -engineers, -coördinators en -managers. Voor iedereen die geïnteresseerd is in zo’n specialistische rol heb ik nieuws: het cursusaanbod waarbij je voor een paar honderd euro alle BIM-kennis opdoet is enorm. “Word BIM-modelleur of zelfs BIM-manager in 1 dag”, lees ik vaak. Klinkt te mooi om waar te zijn? Dat is het ook! Die wildgroei aan cursussen sluit vaak totaal niet aan bij de behoeften van het bedrijfsleven. Sterker nog: het leidt tot problemen waarover ik me grote zorgen maak.

Onze branche bevindt zich op dit moment in een spagaat. Enerzijds is er een enorme vraag naar goed geschoolde technische vakmensen, anderzijds is er onvoldoende kwalitatief onderwijs om nieuwe studenten op te leiden volgens de BIM-methode. Niet gek dat commerciële partijen zich in dat gat storten met hun goedkope stoomcursussen. Daarin maken zowel potentiële modelleurs, engineers, coördinators als managers kennis met software en leren ze een trucje om op het juiste moment de juiste knop in te drukken. Vervolgens mogen ze aan hun cv een mooie, gecertificeerde BIM-functietitel toevoegen. Resultaat: wel de titel, zeker niet de benodigde kennis en vaardigheden. Die handelingen en tools zijn in de praktijk namelijk bijzaak. Om jezelf BIM-specialist te mogen noemen is het veel belangrijker dat je een nieuwe manier van denken, werken en communiceren ontwikkelt. Vergelijk het maar met een chirurg in opleiding: die leert niet alleen waar te snijden, maar ook om keuzes te maken in een complexe situatie, om slim samen te werken en innovatief te zijn. Om die competenties tot het juiste niveau te ontwikkelen heb je jaren nodig en dat is voor een BIM-specialist niet anders.

Omdat managers door alle BIM-bomen het bos niet meer zien, wordt de keuze voor een cursus of opleiding helaas nog te vaak gebaseerd op het financiële plaatje. Zo’n snelle cursus is overigens niet alleen een kat in de zak voor een bedrijf dat vervolgens verkeerd geschoolde mensen in dienst neemt, met alle gevolgen van dien. Ook niet alleen voor de persoon die dacht een goede cursus te hebben gevolgd en vastloopt in de praktijk. Het meest schrijnend vind ik de situatie van gecertificeerde landelijke opleiders. Ik sprak laatst iemand van een ROC dat afgelopen schooljaar nul inschrijvingen had op een opleiding tot BIM-modelleur. Een volwaardige opleiding die was afgestemd met het bedrijfsleven en die precies voldeed aan de gewenste kwaliteitsbasis, certificering en onderwijsregels. Nul inschrijvingen! Onvoldoende animo? Nee, oneerlijke concurrentie. Als branche moeten wij ons echt realiseren dat daar het gevaar schuilt: het lukt ons niet om technische talenten te bewegen richting de gevalideerde, gekwalificeerde en gecertificeerde opleidingen.

Het zou een beetje flauw zijn om in deze blog alleen de noodklok te luiden en dan weer achterover te leunen. Dat doen we allemaal eigenlijk al te lang. Dus presenteer ik alvast vier actiepunten die in mijn optiek verandering teweeg brengen:

1. Er is meer aandacht nodig voor onwetendheid in de markt. Dat betekent dat we – waar en wanneer we maar kunnen – moeten uitleggen wat wordt verwacht van een BIM-specialist. We moeten dat van de daken schreeuwen, in blogs opschrijven, op feestjes vertellen, op open dagen en meer. Net zo lang tot iedereen begrijpt dat je – net als bij chirurgie – geen specialist wordt in een dag.

2. Ik roep brancheorganisaties op om per direct stelling in te nemen en onderscheid te definiëren tussen volwaardige opleidingen en commerciële cursussen. De markt eist te weten wat gekwalificeerde en gecertificeerde opleidingen zijn en heeft dringend behoefte aan een keurmerk.

3. Scholen en bedrijven moeten samen opleidingen inrichten op basis van reële functieprofielen en praktijkbehoeften. In 2014 heb ik op die manier de opleiding tot BIM-engineer opgezet met Avans+, maar dat is natuurlijk niet genoeg. Overigens zijn er dan ook meer leraren nodig met échte BIM-praktijkkennis en -ervaring: technisch specialisten die naast hun reguliere werk één of twee dagen per week voor de klas staan. Omdat het daarbij vaak gaat om niet projectgerelateerde uren, zien veel bedrijven zo’n hybride docent/medewerker nog niet zitten. Een gemiste kans. Doekle Terpstra, voorzitter van Uneto-VNI, zegt hierover in het FD: “Als bedrijven niet duurzaam gaan investeren in het onderwijs, dan schieten ze zichzelf in de voet.”

4. Het is onze gezamenlijke taak om jongeren warm te maken voor techniek. Het meewerken aan interessante initiatieven zoals de Eureka!Cup biedt ons de kans om hen te enthousiasmeren en te stimuleren om een goede technische opleiding te kiezen als het moment daar is.

Mijn conclusie: BIM zal de komende jaren alleen maar meer gemeengoed worden en we werken voorlopig nog in een enorm verkrampte markt waarin een groot deel van de talenten beperkte vaardigheden aangeleerd krijgt … Wie nu nog niet begrijpt dat dit thema enorm urgent is en acute actie vereist, kan waarschijnlijk beter verdergaan met zijn of haar dagcursus. Voor de rest: aan de slag!


Ga terug
Meer weten?