Blog Harm van den Oever: thuiswerken is een blijvertje, maar tegen welke prijs?

22 oktober 2020

“Werk thuis, tenzij het echt niet anders kan.” Die woorden hebben we premier Rutte al vaak horen uitspreken. De maatregel had eerder dit jaar veel effect en nu we midden in de tweede corona-besmettingsgolf zitten, is thuiswerken opnieuw de norm. Maar ook over de periode na COVID-19 wordt al veelvuldig gespeculeerd: volgens RTL Nieuws wil meer dan de helft van de thuiswerkers in de toekomst vaker thuiswerken dan voor de crisis. ASML-CEO Peter Wennink claimde tijdens het Dutch Transformation Forum dat deze tijd bewijst dat we veel kennis en informatie op afstand kunnen overbrengen en daar ook na de coronacrisis op moeten inzetten. In Volkskrant voegt Arjan Toor, directeur van de Europese tak van zorgverzekeraar Cigna, er aan toe dat bedrijven bovendien grote investeringen hebben gedaan om het thuiswerken te optimaliseren en dat hij niet verwacht dat die trend wordt teruggedraaid.

Toch horen we ook regelmatig over de andere kant van de medaille. We missen onze collega’s, beschikken thuis niet altijd over een geschikte werkplek of ervaren een verstoring in onze werk-privébalans. In hetzelfde Volkskrant-artikel waarin Arjan Toor de voordelen van thuiswerken bejubelt, stelt Joanny Lijbers, marketingdirecteur schoonheids- en verzorgingsproducten bij Unilever, een vraag die mij niet loslaat en die in mijn optiek véél meer aandacht verdient: ‘hoe ga je het spontane contactmoment virtueel compenseren?’

Stoor ik?

Nu veel van onze contactmomenten zijn verworden tot telefoongesprekken en online bijeenkomsten, lijkt efficiëntie de belangrijkste norm. Natuurlijk is het fijn om daadkrachtiger te vergaderen, maar tegelijkertijd kan het een gemis zijn voor andere behoeftes. Is het je bijvoorbeeld wel eens opgevallen dat de openingsvraag van beller aan gebelde eigenlijk steevast ‘Stoor ik?’ is. We hebben blijkbaar ongemerkt met elkaar afgesproken dat we tijdens het thuiswerken snel ter zake moeten komen, liefst met een duidelijke agenda … Je kunt je voorstellen dat zoiets de drempel verhoogt om even snel feedback te vragen. Om nog maar te zwijgen van de manier waarop zo’n vraag nu door de andere partij wordt geïnterpreteerd. ‘Had je mijn mail al gelezen?’ voelt immers tijdens een spontaan gesprek bij de koffieautomaat een stúk minder dwingend dan wanneer je iemand daar apart voor belt.

Generatieverschillen

Mocht je jezelf totaal niet herkennen in dat gemis aan spontane contactmomenten – en de persoonlijke, laagdrempelige vorm van feedback die daarbij hoort – dan schat ik in dat je de leeftijdsgrens van midden 40 inmiddels bent gepasseerd. Waarom ik dat zeg? Uit verschillende onderzoeken naar generatieverschillen op de werkvloer blijkt: hoe jonger de medewerker, hoe sterker de behoefte aan feedback. Niet gek, want generatie Y en Z zijn opgegroeid in een wereld vol digitale communicatie, waarbij likes en reacties vrijwel direct binnenstromen na het plaatsen van content.

Op de werkvloer vertaalt dit zich naar eenzelfde behoefte: op kantoor socializen is voor jonge werknemers dé manier om frequente aansturing en snelle terugkoppeling te krijgen. Ze zijn – zoals ik in een eerdere blog al schreef – prima in staat om zelfstandig te werken en creatief te denken, maar ze wíllen ook graag samenwerken. Juist die spontane contactmomenten helpen hen kansen te verzilveren, kennis op te bouwen, de kwaliteit van werk te verbeteren en – niet in de laatste plaats – hun werkgeluk te vergroten. Een artikel op Rendement Online schetst het nauwkeurig: jonge mensen die aan het begin van hun carrière staan, weten vaak niet aan welke collega ze wat kunnen vragen of durven het niet omdat er

– bij gebrek aan kantoorborrels en teamuitjes – nog geen band is opgebouwd. En jonge medewerkers die toe zijn aan een volgende stap in hun carrière, voelen zich door het thuiswerken te weinig zichtbaar en ervaren dat als een professioneel isolement.

Dat gebrek aan spontane contactmomenten is dus een belangrijke reden waarom bijna de helft van de medewerkers jonger dan 35 jaar in 2017 al aangaf zich productiever te voelen op kantoor, tegen maar 19 procent van de 55-plussers, die vooral varen op eigen kennis en ervaring.

Ik zou van "Stoor ik?" naar "Leuk dat je belt!" willen. Want samen moeten we ervoor zorgen dat we contact houden anders wordt de afstand tot elkaar groot!

Sociale voordelen

Dat brengt me terug op de belangrijke vraag van Joanny Lijbers over het virtueel compenseren van het spontane contactmoment. Het zijn – ook in de bouw- en installatiebranche – veelal de oudere generaties die de jongelingen aansturen. Volgens mij is het essentieel dat zij begrip krijgen voor het gemis dat nu speelt én dat zij ervoor zorgen dat het hart van die jonge, talentvolle collega’s blijft kloppen voor techniek. Crisis of geen crisis, thuis of kantoor … Hun loyaliteit en werkgeluk zijn belangrijk en daar moeten we iets voor dóen.

Dus beleidsmakers, leidinggevenden en andere enthousiastelingen binnen organisaties: praat eens met elkaar over mogelijkheden om al die prachtige voordelen van thuiswerken te benutten, zonder dat het ten koste gaat van de sociale verdiensten die werken op kantoor biedt. Ontdek hoe we met elkaar kunnen gaan van ‘Stoor ik?’ naar ‘Leuk dat je belt!’ En ontwikkel concrete mechanismen die dat ondersteunen. Als we het aan het toeval overlaten, is de kans groot dat de afstand tussen jong en oud binnen onze branche vergroot. En dat zou – in mijn optiek – pas echt een groot gemis zijn!


Ga terug