BLOG | Mathijn van Kessel: Onze toekomst is modulair!

30 juni 2022

Dat de gebouwde omgeving zich midden in een ongekende duurzame transformatie bevindt, is al lang geen nieuws meer. De doelen in het Klimaatakkoord vragen om een aanpassing van miljoenen bestaande gebouwen en een fikse duurzaamheidsslag in de nieuwbouw. Anders dan vroeger – toen het bijna overal draaide om de oude vertrouwde cv-ketel – is de WKO-installatie een logische keuze geworden voor bijvoorbeeld industrieterreinen, appartementencomplexen, kantoorgebouwen, ziekenhuizen of campussen. Niet gek als je het mij vraagt, want daarmee bespaar je aanzienlijk op het gebied van energiekosten en CO2-uitstoot en heb je ook de mogelijkheid tot ‘gratis’ koeling.

Maar terwijl we met elkaar keihard werken op dat duurzame pad naar 2030 en 2050, worstelen we binnen de hele bouw- en installatiesector ook met andere omvangrijke uitdagingen: krapte op de arbeidsmarkt, prijsstijgingen, tekort aan materialen, de stikstofcrisis (om er maar eens een paar te noemen). Dat vraagt in mijn optiek om een aanpak die door sommige branchegenoten nog wél als nieuw(s) wordt ervaren: onze kracht zit in standaardisatie en onze toekomst is modulair.

Ouderwets karakter

Hoe dat gedachtegoed bijdraagt aan een concrete oplossing voor vraagstukken op het gebied van duurzaamheid, arbeidskrachten, prijzen en levertijden? Dat verdient misschien wat uitleg: het bovengrondse deel van een WKO-installatie bestaat uit verschillende onderdelen, zoals transportgroepen, een warmtepomp, regeneratievoorziening, buffervat en meer. Stel je nu eens voor dat dat standaard-componenten zouden zijn. Modules die stuk voor stuk scoren op hoogwaardige kwaliteit, toekomstbestendigheid, duurzaamheid en circulariteit én die – niet geheel onbelangrijk – grotendeels worden geprefabriceerd.

Thijs Asselbergs, hoogleraar architectural engineering aan de TU Delft, omschreef de voordelen daarvan al eens ijzersterk: “Als je alles op de bouwplaats moet aanvoeren en daar ook ter plekke moet samenstellen en verwerken, heb je een veel grotere belasting van het milieu dan als je dat in een goed geconditioneerde ruimte doet.” Hij noemde de gemiddelde bouwplaats een toonbeeld van het ouderwetse karakter van de sector en dat klopt ook: prefab bouwen leidt aantoonbaar tot minder negatieve impact op de omgeving, minder verspilling van materiaal, minder reisbewegingen van monteurs en minder overlast op de bouwplaats. Daarnaast kunnen we efficiënter plannen en méér doen met minder mankracht. Vul daarbij aan dat servicemonteurs een installatie maar één keer hoeven te leren kennen én dat benodigde materialen groot worden ingekocht en gegarandeerd op voorraad zijn, en alle positieve vinkjes zijn gezet. 

Zorgeloos verduurzamen

Voor sommige opdrachtgevers of adviseurs klinkt dat nog als toekomstmuziek, maar niets is minder waar. Toen Kuijpers een jaar of dertig geleden voor het eerst aan de slag ging met warmte-koudeopslag, was veel nieuw voor ons. Zoiets is altijd een traject van uitproberen en leren, van vallen en opstaan. Die rugzak boordevol kennis en ervaring hebben onze energiespecialisten omgezet in de modulaire energieopwekkingsinstallatie ‘Next’. Blijft overigens voor adviseurs en opdrachtgevers nog steeds een belangrijke vraag overeind: hoe te komen van idee tot daadwerkelijke realisatie en inbedrijfname van zo’n WKO-oplossing? Simpel: door een partner te kiezen die je aan de hand meeneemt in die complete wereld van techniek. Die precies weet welke kwaliteitseisen, -verplichtingen en certificeringen nodig zijn en vooral ook weet hoe het níet moet. Maar of die partner voor jou nu Kuijpers is of niet, de basis blijft dat we standaardisatie en modulair bouwen nog veel breder moeten omarmen. Dan lukt het ons niet alleen om op projectbasis zorgeloos te verduurzamen, maar binnen de hele keten. 

Mathijn van Kessel - Consultant WKO installaties & duurzame opwekking
Ga terug