Blog Paul Joosten: De remmende werking van evidence based approach

11 juli 2019

Het is alweer een tijd geleden dat ik opriep om de WIP- & VCCN-richtlijn te omarmen. Maar nog steeds is er – de vele positieve reacties én een nieuwe richtlijn daargelaten – veel weerstand, met name vanuit de gezondheidszorg. Misschien niet verwonderlijk in een sector waar evidence based approach heilig is en een richtlijn veelal pas wordt geaccepteerd als er een aanwijsbare wetenschappelijke basis of grond voor is.

Laat ik voorop stellen dat ik begrijp dat er in de gezondheidszorg zoveel aandacht is voor wetenschappelijke onderbouwing. Veranderingen die je doorvoert, zijn nu eenmaal letterlijk van levensbelang. Maar wat betekent het als iets niet wetenschappelijk is onderzocht of sterker nog: niet wetenschappelijk te onderzoeken is? Dat het per definitie niet klopt? Dat het niet kan? Dat lijkt me niet. En toch hoor ik dat regelmatig in de gezondheidszorgsector: geen bewijs? Dan bestaat het niet. Zelfs als het om logische zaken gaat die je vanuit expert opinion goed kunt beredeneren, wordt er niets ondernomen zonder hard bewijs.

Vanuit mijn perspectief is dat een boeiende opvatting. Zeker als ik het vergelijk met de denkwijze van onze klanten in de micro-elektronica. Die markt werkt totáál anders. Organisaties als ASML of Intel werken volgens de wet van Moore: een voorspelling die gericht is op hoe elektronica zich in de toekomst ontwikkelt. In 1965 ontdekte Gordon Moore een simpel verband tussen de snelheid van computers en de tijd. Hij voorspelde dat het aantal onderdelen op een chip elke twee jaar zou verdubbelen, waardoor chips steeds kleiner worden en computers steeds sneller. Die voorspelling is – ruim vijftig jaar later – nog steeds niet wetenschappelijk onderbouwd, maar stelt de branche wel in staat om technische grenzen te verleggen. Niet vanuit bewijs, maar vanuit een intrinsieke motivatie om te blijven verbeteren. De voorspelling is positief, het vooruitzicht lijkt zonnig, dus innoveren maar.

Voor beide aanpakken valt iets te zeggen. En tegen beide valt genoeg in te brengen. Wat ik wel geloof: als je puur vasthoudt aan evidence based approach en daar in geen geval van wilt afwijken, is dat een gemiste kans die ontwikkeling tegenhoudt. De drive van chipfabrikanten mis ik wel eens binnen de gezondheidzorg. Zéker in de discussie rondom OK’s, zoals onlangs ook weer bleek tijdens een symposium over operatiekamers. Zelden was er tijdens een symposium zoveel commotie. En kijk maar eens naar de cijfers van het RIVM op het gebied van postoperatieve wondinfecties. Dan lijkt de ontwikkeling heel wat minder snel te gaan dan bij de chips van bijvoorbeeld Intel. Misschien is de tijd rijp dat we juíst bij het verbeteren van zorg af en toe lef tonen. Dat ook die sector stappen zet die nog niet onderbouwd zijn, maar tot innovatieve oplossingen kunnen leiden. Richtlijnen durven omarmen die misschien niet honderd procent onderbouwd zijn, maar wel de kwaliteit van zorg en het welzijn van patiënten verbeteren.

Naar mijn mening is er niets mis met een evidence based approach, zolang er ruimte is daar flexibel mee om te gaan. Mijn voorspelling? Wie herkent dat in sommige gevallen een expert opinion echt goed genoeg is om in elk geval een eerste stap te zetten, zet de weg in naar vooruitgang. En waarom zou je dat niet willen?

Paul Joosten
Directeur Kuijpers PHF Services

Ga terug
Meer weten?