Blog Alexander Hoos: Stof tot nadenken

18 december 2019

De kerstvakantie nadert. Voor mij zijn die donkere dagen altijd een moment van bezinning, ontspanning en focus op wat me dierbaar is. Er is ruimte om zowel zakelijk als privé stil te staan bij wat er goed gaat, anders moet of beter kan. Welke stappen kunnen we zetten? Ik kijk ernaar uit … maar voor het zover is, moet er nog veel – héél véél – geregeld worden.

Hoe het gaat? Druk! In de hele samenleving heerst op dit moment toenemende regeldruk. Ook wij als bouw- en installatiesector merken iedere dag dat er regels bijkomen met een extra administratieve last tot gevolg. Je denkt daarbij misschien al snel aan het stikstofdossier en de snelheidsvermindering op de wegen of aan de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb), die per 1 januari 2021 ingaat. Maar dat zijn slechts voorbeelden in een lange lijst. Voor veel van die zaken gooit men ineens een pakket aan maatregelen op tafel om de problematiek terug te dringen. Nu wil ik met deze blog geen politiek standpunt innemen, maar ik zie wel een parallel met onze sector: spreadsheet-management. Snelle oplossingen met een overmatige sturing op cijfers en targets. Als de balans op de Excel-sheets maar in orde is. Daarbij ontbreekt het vaak volledig aan visie, degelijk onderzoek of gevoel voor de impact van de praktische uitvoering. En vooral dat laatste aspect is minstens zo’n groot probleem als de uitdagende dossiers zelf. Letterlijk en figuurlijk stof tot nadenken dus!

Wat kan dan anders of beter? Laat ik vooropstellen dat ik elke beweging voorwaarts toejuich. Maar soms moet je wel kritisch zijn: een goed voornemen om vooruit te komen betekent niets als de aanpak onvolledig is. Dat zie ik ook bij de ontwikkelingen van standaarden en werkmethodieken. Neem bijvoorbeeld de Europees aanvaarde ISO 19650 voor het beheer van informatie over de gehele levenscyclus van een gebouw. Of alle ontwikkelingen met betrekking tot de informatieleveringsspecificatie (ILS); een onderdeel van het contract tussen opdrachtgever en opdrachtnemer dat tot doel heeft om de overdracht van gegevens te specificeren. Op papier betekent dat een overzichtelijke, uniforme uitwisseling van informatie over bouwwerken. Een heldere standaard waarbij we allemaal baat hebben. Top, zou je zeggen. In de praktijk? Zie ik ineens dikke pakken papier en eindeloze contractstukken voorbij komen over alle mogelijke bronmodellen, specificaties en eisen. Zie ik hoogopgeleide specialisten een groot deel van hun dag handmatig cijfers in een Excel-sheet plakken om er toch maar een behapbaar en werkbaar resultaat van te maken. Er wordt niet gekeken waarvoor al die data eigenlijk nodig is en wat daarvan de impact is op de toeleverancier. En door hoge foutgevoeligheid is er van kwaliteitsborging al helemaal geen sprake.

Wat misschien nog wel het ergste is: er zijn op dit moment 27 – neem dat even in je op: zeven-en-twintig! – verschillende initiatieven op het gebied van ILS. In de wandelgangen wordt dit nog wel eens gebagatelliseerd: “Ze lijken toch veel op elkaar?” of “Ze vullen elkaar aan”. Oh fijn, dus nóg meer spreadsheets. En ook niet onbelangrijk: bij geen enkele van die 27 initiatieven is goed nagedacht over de praktische uitwerking en de impact in de toeleveringsketen. Verantwoordelijkheid wordt afgeschoven, het over-de-keten-heen-denken ontbreekt volledig en we gaan terug van digitaal naar analoog werken. Op die manier is het dus geen stap voorwaarts, maar één die ons 25 jaar terug in de tijd werpt. Het kost tijd en geld en wat je ervoor terugkrijgt? Een draak van een proces! Extra administratieve last, gedemotiveerde medewerkers, een tekort aan specialisten, kortom: we zijn weer terug bij mijn vorige blog. Alle goede voornemens ten spijt.


Tijd om stappen te zetten die wel gefundeerd zijn door een goede aanpak. Ik stel voor dat we bij de ontwikkeling van huidige en nieuwe oplossingen, werkmethodieken, standaarden of samenwerking altijd eerst nadenken over vier basis-ingrediënten:

1. Waarvoor doe je het?

2. Wat wordt onze integrale aanpak en hoe pakken we dat gezamenlijk op?

3. Wat is daarvan de impact, wat zijn de verwachte kosten en wie gaat die dragen?

4. Hoe maken we dat pragmatisch werkbaar en wat moeten we doen om tot een sluitende business case te komen?

Hoe groot de kortetermijn-noodzaak ook voelt: zonder een antwoord op die vier punten kom je niet echt tot logische en praktische vervolgstappen. Pas als we dat scherp hebben met elkaar, laten we zo’n nieuw plan los op de markt. En wie denkt dat dat niet kan – want het moet nu nu nu – die moet misschien de Sinterklaasintocht van dit jaar nog eens terugkijken, waarin onze bebaarde vriend het prachtig verwoordde: “Soms moet je even een stukje achteruit, om daarna weer vooruit te kunnen.”

In een tijd waarin iedereen al zo druk is, is het dus misschien goed dat we even pas op de plaats maken. Daarom wens ik jou alvast fijne feestdagen en een mooi uiteinde, vol bezinning, ontspanning en focus op wat je dierbaar is. Mijn goede voornemens zijn helder: uitdagingen pragmatisch afpellen, het gesprek blijven aangaan en nog meer dingen doen waar ik vrolijk van word. Doe je mee in die goede voornemens voor 2020?

“Soms moet je even een stukje achteruit, om daarna weer vooruit te kunnen.”
Ga terug