Blog Alexander Hoos: de zin en onzin van LOD

28 februari 2018

Het grootste deel van de opdrachtgevers, adviseurs, architecten, uitvoerders en onderhoudspartijen in de bouw- en installatiebranche heeft de BIM-methodiek omarmd als toekomstbestendige manier van samenwerken. BIM staat voor Bouw Informatie Model en is erop gericht dat we bouwen op basis van gedeelde kennis, integrale samenwerking en transparantie. Als iedereen op hetzelfde moment over dezelfde informatie beschikt, is de kans op ontwerp- en bouwfouten en op faalkosten immers minimaal. Wat de laatste tijd steeds vaker ter discussie staat, is het zogenaamde LOD-principe binnen BIM-projecten. Ik vind het hoog tijd dat die discussie nu verder – en openbaar – wordt aangezwengeld. En minstens zo belangrijk: dat ons gezamenlijke doel is om ook tot een werkbare oplossing te komen.

LOD stond oorspronkelijk voor ‘Level of Detail’ en was bedoeld om goed af te spreken tot welk detailniveau alle betrokkenen per discipline en per fase hun bijdrage zouden uitwerken. Niet snel daarna doopte het American Institute of Architects de definitie om tot ‘Level of Development’. Er werden vijf niveaus bepaald: eerste analyse, schematisch ontwerp, controleren van constructie, aanvullen van het model met gedetailleerde informatie van leveranciers en tot slot komen tot een As-Built model. Deze niveaus zouden moeten leiden tot consistente verwachtingen bij alle partijen. In de praktijk werken de LODs binnen BIM-projecten juist averechts. En dan zijn er ook nog de Nederlandse BIM informatieniveaus die LODs weer op een eigen wijze interpreteren. Voer voor discussie dus!

De meest gehoorde kritiek op LOD is dat het verwarrend zou zijn. Is het nou ‘Detail’ of ‘Development’, wat wordt er precies mee bedoeld, hoe interpreteren we de verschillende niveaus, wat betekent dat uiteindelijk voor onze aanpak en wie levert eigenlijk wat op? LODs worden contractueel vastgelegd, maar over wat die afspraken exact inhouden ontstaan serieuze discussies aan tafel. En als je pech hebt, zit je dan al diep in het proces. Faalkosten en een inefficiënt proces gegarandeerd, durf ik wel te stellen.

Toch gaat mijn kritiek nog een stap verder. Het is niet alleen de verwarring die het LOD-principe onhoudbaar en onhandelbaar maakt voor de toekomst. Als we willen, zouden we daar namelijk met relatief weinig moeite uit kunnen komen met elkaar, daar ben ik van overtuigd. Het grootste probleem is dat LODs gebaseerd zijn op onze traditionele werkwijze. Je weet wel: die tijd dat we ons hele proces nog opknipten. Dat eerst de architect zijn ding deed, dan het werk over de schutting gooide naar de volgende partij enzovoort. Een tijd die – gelukkig – voor steeds meer partijen tot het verleden behoort. Bij BIM verandert de volgordelijkheid van werken. Een project wordt niet meer fase voor fase volledig afgerond en dan doorgegeven, maar draait juist om nauwe samenwerking in dezelfde fase. Het probleem van LOD – nog steeds een belangrijk onderdeel van contracten die de markt ons oplegt – is dat er geen onderscheid gemaakt kan worden in wat binnen die fase wel en niet gemodelleerd moet worden. Vaak wordt een LOD bepaald voor een volledig 3D-model, terwijl specifieke onderdelen van zo’n model helemaal niet tot in detail gemodelleerd hoeven te worden. Zonde van de tijd en zonde van het geld. BIM en LOD zijn dus een absolute mismatch. Maar wat is dan die werkbare oplossing waar ik in het begin over sprak?

Ten eerste moeten we stoppen met eindeloos polderen in kleine praatgroepen. Ook al worden daar goede ideeën geopperd, iedereen roept iets anders en vaak ontbreekt zowel overall kennis als draagvlak. Het enige consistente geluid is dat LODs niet werken in de praktijk en dat weten we nu wel. Om tot een echte oplossing te komen moeten dit centraal worden opgepakt: één centraal gecoördineerd initiatief – gesteund door de Bouw Informatie Raad (BIR) – dat goed wordt getoetst in de praktijk, met minstens vier pilots. Bedacht door een kerngroep van ervaren mensen uit verschillende disciplines, die los van huidige Nederlandse BIM-normen durven te denken en samen een vuist maken om iets te creëren en te toetsen dat werkt. Echt werkt!

Ten tweede is het belangrijk dat we wél onderscheid in informatielevels gaan creëren binnen een bepaalde fase. Door – bijvoorbeeld met een classificatiestructuur als NLSfB – te bepalen welke objecten en systemen in een ontwerp wel en juist niet gemodelleerd dienen te worden. En door volgordelijkheid van werken te realiseren waarbij een gevalideerde en toetsbare overdracht van informatie steeds centraal staat. Zo voorkomen we dubbel werk of werk wat op dat moment nog geen definitieve status heeft en dus beter in de volgende fase opgepakt kan worden. Die efficiënte manier van werken vraagt een flexibele denk- en werkwijze van ons allemaal. Dan pas wordt het iets dat naadloos aansluit op de BIM-werkmethodiek.

Vervolgens zijn we er als hele branche verantwoordelijk voor om dat initiatief ook goed te borgen. Opdrachtgevers en adviseurs moeten de LODs in hun BIM-protocollen aanpassen, architecten moeten afstappen van oude definities en iedereen moet de nieuwe methode omarmen en ermee gaan werken. Zo moeilijk kan dat toch niet zijn? Hoewel, in de basis gaat het eigenlijk al mis bij de traditionele opleidingen van onze toekomstige BIM-specialisten en -kennisdragers in Nederland. Maar daarover meer in mijn volgende blog. Nu eerst: aan de slag! 

Uitleg hoe LODs kunnen verschillen wat betreft codering en betekenis.

Op bovenstaande afbeeldingen is goed te zien hoe LODs kunnen verschillen wat betreft codering en betekenis. 

Ga terug
Meer weten?